Vandaag heeft hij zijn functioneringsgesprek… Sven kijkt er niet echt naar uit. Waarschijnlijk staat hij binnen een kwartier weer buiten, hij kan de woorden van zijn manager Trude al voorspellen. “Alles gaat goed, Sven, we zijn heel tevreden over je. We kunnen het dus kort houden!” Ze zal de  verplichte nummers langs lopen – “Hoe vind je zelf dat het gaat? Geen klachten, geen wensen? Nou, dan kunnen we deze ook weer aftekenen.”

Sven neemt het zijn manager niet kwalijk; zelf zou hij ook niet weten waar ze het verder over zouden moeten hebben. Hij kan zijn werk goed aan en de sfeer op de afdeling is prettig. Sinds de kinderen de deur uit zijn is zijn leven een stuk rustiger geworden, dus met de balans tussen werk en privé zit het ook wel goed. Hij zit aan het einde van zijn schaal, doorgroeien zit er niet meer in – tenzij hij leidinggevende taken zou krijgen, maar dat trekt hem niet erg. Gewoon maar doorsudderen dus, de komende vijftien jaar.

Af en toe krijgt hij het er wel een beetje benauwd van. Nog vijftien jaar hetzelfde werk doen… Zou er nou echt niets anders meer in het vat zitten? Zou hij niet wat meer moeten ondernemen, nog eens een nieuwe richting onderzoeken, een opleiding volgen?  Maar wat dan?

Vandaag voert ze de functioneringsgesprekken… Trude kijkt er niet echt naar uit.
Als eerste komt vanmorgen Sven aan de beurt. Dat zal geen lastig gesprek worden: Sven is een prima functionerende ervaren kracht. Betrouwbaar, degelijk, op Sven kun je bouwen. Dat zal ze hem zeker vertellen, net als vorig jaar en het jaar daarvoor. “Alles gaat goed, we zijn heel tevreden over je. We kunnen het dus kort houden!”

Tot nu toe lijkt Sven zelf ook tevreden met zijn werk. Dat is fijn, want sommige ervaren collega’s kunnen nog wel eens verzuren. Dan leveren ze alleen maar commentaar, maar willen wel overal bij betrokken worden, of ze zetten hun hakken in het zand als er ook maar iets dreigt te veranderen. Hopeloos. Gelukkig is Sven nog wél positief.

Maar blijft dat zo? Zou ze misschien toch wat meer aandacht aan hem moeten geven – misschien eens kijken of hij nog wat kan doorgroeien op een of andere manier? Maar hoe dan, want met een baan als teamleider maakt ze hem niet gelukkig.

Nu is Sven nog positief. Maar ook hij kan gaan verzuren.

Er lopen heel wat Svennen en heel wat Trudes rond in de organisaties van Nederland. Ervaren professionals die goed zijn in hun werk en eigenlijk niet weten hoe ze zich nog verder kunnen ontwikkelen. Managers die er belang bij hebben dat ervaren medewerkers enthousiast blijven en zich blijven vernieuwen, maar niet goed weten hoe ze daaraan bij kunnen dragen.

En dat is jammer, want er valt nog zoveel te leren en ontwikkelen, ook als je je eigen vak wel zo’n beetje onder de knie hebt. Hoe, is individueel. De een wordt er enorm gelukkig van als hij zijn kennis en ervaring kan overdragen aan anderen. Dan is dat iets om in te investeren: misschien een mentorschap oppakken of een train-de-trainer opleiding volgen. Een ander bloeit op door zelf iets nieuws te ontwikkelen op haar vakgebied. Dan past het om daar tijd en ruimte voor te maken en misschien op zoek te gaan naar partners om mee samen te werken. Weer een ander kiest ervoor om tóch nog eens een heel nieuw vak te leren. Dan is het een kwestie van een manier vinden om dat in te passen in je leven.

Je hoeft niet stil te blijven staan als je op je plek bent. Juist als ervaren professional kun je alle kanten op. Als manager kun je daar een positieve bijdrage aan leveren. Met als resultaat dat medewerker, team en organisatie blijven floreren.

Ben jij een ervaren professional? Of geef je leiding aan ervaren professionals?
Wil je eens sparren over de ontwikkelmogelijkheden die er zijn voor jou of je collega’s? Neem dan contact met me op voor een verkennend gesprek. Of kijk eens naar de Ontwikkelcoaching voor ervaren professionals of de masterclass voor leidinggevenden.

Ja, ik wil contact!